Zeven onbegrijpelijke mannen

Met een licht bezweet hoofd, nog nat haar van het douchen en mijn volleybaltas ergens slingerend aan mijn schouder strompel ik de trein in. Ik ga zitten en een kleine zucht ontsnapt mijn mond. Heerlijk, na een hele dag werken en vervolgens meteen door racen naar trainen kan ik ultiem genieten van het treinritje terug. Op dit moment van de week is de coupé altijd zo goed als helemaal leeg en kan ik heel zen worden en mijn innerlijke rust vinden, ofzo. Bij mij houdt dat echter niet veel meer in dan mijn ledematen onder controle krijgen en proberen een keer een paar minuten op één plek te blijven zitten. De hogere spirituele rust heb ik helaas nog nooit ergens kunnen vinden (zie Hallo wereld). Maar ik zal wel met mijn neus kijken. Lees verder