Het echte superfood

Ik heb het wel eens vaker gezegd. Ik ben niet van de quinoa.
Niet omdat ik elke keer over het woord struikel, wat overigens wel zo is. Maar gewoon, omdat ik nou eenmaal meer met een boterham heb.
En die bekentenis doen, is nogal gedurfd. Helemaal in de bloggerswereld waar quinoa tegenwoordig wordt verheven tot de heilige graal. Of graan. Maar toch doe ik het. Living on the edge. Lees verder

Ik ben miljonair! (2)

Een tijdje geleden kwam ik erachter dat ik miljonair ben (zie Ik ben miljonair!). Dat was een fijne constatering.
Afgelopen week zat ik op de fiets en realiseerde ik me dat ik nog veel rijker ben dan ik al dacht. Dat deze rijkdom bovendien eigenlijk onuitputbaar is.
Ik kwam tot dit inzicht toen ik langs de manicure fietste. Het was er een drukte van jewelste. Tientallen vrouwen stonden in de rij om hun nagels weer net zo te laten schitteren als het herfstzonnetje van de laatste dagen.
Ik kijk naar mijn eigen nagels. Ze zien er goed uit. Maar schitteren? Nee. Bij mijn nagels is er enige mist voltrokken voor dat herfstzonnetje.
Ik ben dan ook nog nooit in mijn leven naar de manicure geweest. Ik ben dat overigens ook niet van plan te doen, tenzij ik ooit per ongeluk een keer een behandeling win bij een loterij of bingo. Ja, dan zou ik het misschien overwegen.
Maar het niet gaan naar de manicure bespaart me een heleboel geld. Want, zoals ik in mijn vorige artikel heb uitgelegd: niet gemaakte kosten zijn eigenlijk inkomsten. Dus stel, sommige vrouwen gaan 2 keer per maand naar de manicure voor 25 euro per behandeling, dan verdien ik per jaar 600 euro. Lekker. En dat zonder dat ik er iets voor hoef te doen. Die mistige nagels neem ik dan maar voor lief. 

Op dezelfde fiets kan ik nog wel even doorgaan. Neem nou mijn haar. Wanneer je mijn blog al wat langer volgt heb je kunnen merken dat mijn haar een eigen wil heeft. Mijn haren zijn als muizen die thuis zijn terwijl de kat van huis is. Onhandelbaar.
Ik heb wel eens wat producten geprobeerd. Maar hoe duur ook, na 5 minuten mijn warrige krullen in bedwang te kunnen houden, ontsnappen ze alweer. Ik heb het daarom maar opgegeven en geef mijn haar vrij spel. Dat scheelt me wederom zo’n 50 euro per maand aan dure haarspullen. Ha, en bovendien blijf ik door het niet verliezen van mijn wilde haren eeuwig jong. Dubbel winst.

Neem vervolgens het immens populaire ‘superfood’. Goji-bessen, moerbeien, quinoa, ik eet het niet. Ik eet een boterham. Natuurlijk ben ik wel nieuwsgierig en kijk ik naar de producten in de supermarkt. Ik schrok me dood van de prijzen toen. 5 Euro voor een zakje ondefinieerbare gedroogde…ja wat zijn het, wratten? 
Is dit gewoon commercieel slim of komen deze superfoods van onbewoonde tropische eilanden waarvoor je eerst een aflevering expeditie Robinson moet doorstaan om ze te kunnen exploiteren?
Nou ja. Het maakt ook niet uit. Hoe duurder de superfoods, hoe rijker ze mij maken.
Wat houd ik van mijn roze bril.

Tot slot het meest winstgevende: Het vriendje uit Nieuw-Zeeland.
Die heb ik niet.
Dat levert me jaarlijks duizenden euro’s aan vliegtickets en belkosten op. Een goudmijntje, die jongen.
Wel moet ik eerlijk toegeven dat ik door het WK rugby nogal in twijfel ben gebracht. Heb je die spelers gezien? Ik bedoel, kom op! Mannelijker dan die mannen krijg je ze niet. Het WK rugby stond opeens nogal vaak op. Voor zulke beestachtige testosteronbommen wil ik best een beetje minder rijk zijn.
Alhoewel, nu ik erbij nadenk, hebben die mannen met de cup niet net een klein fortuin binnen geharkt?
Het overdenken waard.
Toch maar even een balletje opgooien daar.

Kerst – Held op sokken

Het is november. Dat betekent, volgens alle reclames en schappen in de supermarkten, bijna Kerst. Dus ook bij Door mijn roze bril. Vanaf 1 november tot en met Kerst onder de limited edition: Kerst door mijn roze bril. Van ‘A Christmas Carol’ tot aan Kerst met je schoonfamilie. Je kunt het allemaal verwachten.
Vandaag de allereerste post van Kerst door mijn roze bril!; Held op sokken


Spelen met vuur. Ik houd ervan. Niet letterlijk, want daar ben ik te schijterig voor. Maar figuurlijk, absoluut. Mijn favoriete voorbeeld is ‘het vuilnis buiten zetten’. Dat klinkt waarschijnlijk niet erg spannend, maar ik zal jullie kennis laten maken met de enorme adrenalinekick die ik ervan krijg.

Een vereiste van dit spelletje is dat er niemand anders thuis is en je geen telefoon op zak hebt.
Laat op de avond ga ik met twee vuilniszakken gewapend de trap af naar beneden. Ik stap naar buiten en laat de deur op een kier. En dan begint het. Want, valt de deur dicht dan sluit ik mezelf buiten en kan ik geen kant op.
Ik sluip naar de hoek van de straat en houd de deur vanuit mijn ooghoeken in de gaten. Ik zie dat hij heel langzaam weer dichtvalt. Ik heb een paar seconden. Ik leg de zakken neer en sprint terug. Net op tijd. Ik heb het weer gehaald.

Op dagen dat ik niet kan slapen fantaseer ik over wat ik zou doen als de deur echt een keer dichtvalt. In deze fantasie ben ik altijd een held, klauterend over de daken van de buren en genietend van mijn stoere imago.

Afgelopen week was het zo ver, het gebeurde echt.

Ik hoor de deur dichtvallen. Daar sta ik dan, buiten, op mijn sokken. Mijn telefoon ligt binnen en er is niemand thuis.
Ik ben buitengesloten.
Geschrokken kijk ik naar de dichte deur. Shit.
In mijn dromen is het meestal een aangename 20 graden en ben ik goed gekleed. Nu doet de winter zijn intrede en draag ik een hemdje op een trainingsbroek. Mijn haar is een ongekamde wildernis en mijn ogen zijn rooddoorlopen door rokerige ruimtes en het slaapgebrek van afgelopen nacht. Ik zie er niet uit.

Nou ja, ik moet het er maar mee doen. Het avontuur is begonnen. En met deze gedachte maakt de schrik al snel plaats voor euforie. Wat spannend!

Waar zal ik naar toe gaan? Naar de stad natuurlijk, want daar gebeurt het. Dus slof ik zonder sloffen of ander schoeisel richting het centrum. Genoegzaam waan ik mezelf in mijn eigen kerstverhaal. Ik ben dakloos, heb geen plek om naar toe te gaan. Ik zwerf op straat terwijl het weer is om binnen te zitten. Met elkaar.
Ik sta stil voor een raam en gluur naar binnen. Ik zie een gezin aan een luxe gedekte tafel zitten. Op het midden van de tafel pronkt een gebraden kippetje. Om mijn rol als eenzame dwalende vrouw zo goed mogelijk uit te voeren tover ik een weemoedige lach op mijn gezicht en staar ik verlangend naar binnen. Het water loopt me in de mond. Voor het verhaal ben ik even vergeten dat ik me een aantal minuten geleden thuis nog tegoed heb gedaan aan een pizza. In een kerstverhaal hoor je honger te hebben.

Ik vervolg mijn weg en zie de kerstverlichting boven de grachten al hangen. Een rilling loopt over mijn rug en ik constateer nogmaals dat het echt veel te koud is voor alleen een hemdje.
Vijf minuten later bereik ik de binnenstad. Mijn gele sokken zijn inmiddels bruin en het kippenvel staat in mijn huid gekerfd. Het avontuur begint zijn charme nu al te verliezen.
Maar plotseling hoor ik muziek. Mariah Carey met ‘All I want for Christmas’. Ik kan het niet laten en begin met mijn voeten heen en weer te schuifelen. Al snel volgen ook mijn heupen. Ik begin keihard mee te zingen, want dat hoort nou eenmaal bij Mariah Carey. Mensen kijken me vreemd aan. Opeens ben ik me weer erg bewust van mijn uiterlijk; meisje met ‘coupe du vogelnest’, rode ogen, lallend en dansend op haar sokken. Ze zullen me wel aanzien voor dronken zwerver. Ik stop snel voordat ik word opgepakt door de politie.

Mijn handen beginnen langzaam gevoelloos te worden. En de honger die ik eerst nog fakete begint nu echt door te zetten. Dus zet ik koers naar de kerk. Daar moeten ze met Kerst voor de grote zware deuren toch wel iets over hebben voor een hongerig onderkoeld meisje?
Vastberaden loop ik die kant op. Maar het is er verdacht donker. Ik loop een rondje om de kerk maar moet toch echt de ongewilde conclusie trekken dat hij gesloten is.
Blijkbaar is november toch nog net iets te vroeg voor kerstige aalmoezen.

Mijn smekende maag en bevroren ledematen maken dat ik nu echt in paniek begin te raken. Waar moet ik heen? De voedselbank? Het slaaphuis? Ik kijk naar de bruggen boven de grachten en schat mijn kansen in. Zou ik daar onder kunnen slapen? Met een paar oude kranten moet het lukken. Net als in de film. Met de laatste kracht die ik in me heb schuifel ik naar de dichtstbijzijnde brug en vraag ik de andere zwervers, die zich al genesteld hebben onder hun papieren dekens, of ik er misschien ook een aantal mag. ‘Dat kost je een duppie, mevrouw.’
Wanhopig graai ik in mijn zakken, ik heb toch nog wel ergens 10 cent? Ik steek m’n handen zo diep mogelijk maar vind geen enkel muntje. Wel voel ik wat anders. Wat is dat toch? Het heeft een beetje de vorm van een… Zou het echt zo zijn?
Ik sluit mijn hand om het nog niet gedefinieerde object en haal het eruit. Mijn vingers ontvouwen zich en daar ligt het: mijn sleutel.

Wat een anticlimax. Ik voel me bedrogen. Ik kon dus gewoon al die tijd terug naar huis.

Met een schuin oog kijk ik nog even naar de brug die enkele minuten als mijn woning heeft gefungeerd en doe ik net alsof ik het heel erg vind dat ik mijn sleutel gevonden heb.
Quasi-overtuigend twijfel ik of ik niet toch de hele nacht eronder moet gaan liggen. Omwille van het kerstverhaal.
Maar de kou die zich in mijn botten heeft verankerd duwt me in de richting van huis. Opeens heb ik mijn pas en kracht weer gevonden en wandel ik in snel tempo naar de straat waar ik woon.

De held op sokken is weer thuis.

Nooit eerder was ik zo blij en nooit eerder heb ik mijn huisje zo gewaardeerd. Wat is het heerlijk warm binnen. Wie heeft ooit bedacht dat kerstverhalen zich buiten in de kou moeten afspelen?
Ik doe mijn kaarsjes aan en ga met een kopje thee op de bank zitten. Spinnend als een kat sluit ik mijn avontuur af met de volgende woorden: ‘Het beste kerstverhaal vind je thuis, op de bank.’

Dus neem ik me voor om niet meer met vuur te spelen maar vooral mijn huis op en top te maken voor Kerst.
Om daad bij het woord te voegen pak ik meteen mijn laptop en vind ik een website die precies heeft wat ik nodig heb; alles voor de ultieme kerstsfeer in huis.
Dus voor alle andere helden op sokken, kijk vooral even op: https://www.westwing.nl/de-westwing-diy-kerstgids/ en maak je huis klaar voor de Kerst!

Mijn 8 grootste frustraties zonder roze bril

Ik heb weleens van die dagen dat ik wat verstrooid ben. Met als gevolg dat ik mijn roze bril vergeet op te zetten.
En dan, heb ik net als jullie en ieder ander mens, gewoon wel eens zin om te zeuren. Zoals nu bijvoorbeeld.

Daarom heb ik voor jullie hieronder mijn acht grootste frustraties neergezet die zich opeens uiten wanneer ik brilloos van huis ga:

Wanneer je in volle vaart op een rood stoplicht affietst en met tegenzin stopt omdat je net zo lekker de snelheid erin had en je wilde haren zwierig wapperden. Terwijl je vervolgens nog geen seconde stil staat springt dat stoplicht alweer op groen. Alsof hij het expres doet. Nee, hij doet het expres. Ik weet het zeker.

Mijn tweede frustratie heeft meteen ook met fietsen te maken. Ik kan het namelijk niet uitstaan wanneer ik ingehaald word en de desbetreffende fietser vervolgens in een slakkentempo voor me gaat fietsen. Maar nog erger is als het andersom gebeurt. Wanneer ik een beetje stoer langs iemand fiets en hem in gedachten uitmaak voor trage Hendrik. Vervolgens zet trage Hendrik opeens de versnelling in en komt hij meter voor meter weer dichterbij. Ik voel zijn adem. Het zal me niet gebeuren dat hij mij weer inhaalt. Dat voelt als verlies, als afgaan. Met als gevolg dat ik de rest van de fietstocht zo hard fiets dat mijn banden versleten zijn tot op het wiel en ik de komende vijf dagen niet meer overeind kom. Maar hé, de winst is voor mij.

Een bakje yoghurt eten zonder lepel. Soms sta je op het station en heb je onwijs veel zin in yoghurt. Dus koop je een bakje maar vergeet dat je helemaal geen lepel hebt om het op te eten. Nouja, zonder kan toch ook? Ja, dat kan prima. De eerste paar 100 milliliter. Maar wanneer de bodem in zicht komt begint het grote frustreren. Hoe haal je dit laatste beetje uit het bakje? Eerst probeer je je tong zo ver mogelijk naar buiten te steken. Helaas, te kort, je komt niet bij de bodem. Vervolgens houd je het bakje op de kop boven je mond en wacht net zo lang tot het laatste beetje er langzaam uitglijdt. Maar dit duurt lang. Heel lang. Tergend langzaam zie je het vloeibare genot op je afkomen. Totdat het zo lang duurt dat mijn geduld op is en ik het bakje met een woest gebaar in de vuilnisbak gooi. Alweer gefaald.

In de trein zitten terwijl er een kind achter zit die met het klepje van de stoel speelt. Om de paar seconde voel je een klein bonk in je rug wanneer het klepje terug klapt. Toegegeven, die bonk stelt niets voor qua lichamelijke ongemakkelijkheid, maar toch o zo vervelend. Je weet dat de bonk er weer aankomt en je lichaam staat de gehele treinrit op scherp. Met alle kracht die je in je hebt probeer je om niet op te springen en het kind zelf een bonk te geven. Maar zo stoer ben ik helemaal niet. Ik durf er niet eens wat van te zeggen. Schijterd die ik ben.

Oortjes van je koptelefoon die de hele tijd uit je oren vallen. Ik heb altijd het idee dat ik de enige ben met dit probleem. Maar de oortjes van mijn telefoon wanneer ik muziek luister vallen gemiddeld zo’n 4 keer per minuut uit mijn oren. Vreselijk frustrerend. En daar het natuurlijk vervelend is dat je steeds die oortjes opnieuw in je oren moet stoppen , is er iets wat nog erger is. Ik zing namelijk altijd mee met mijn muziek. Ja, altijd. Ook wanneer ik in een overdrukke metro sta. Maar wanneer mijn oortjes dan uitvallen en mijn stem vol overgave vrolijk doorzingt, word ik plotseling geconfronteerd met de ultieme valsheid van mijn gezang. Een erg pijnlijke confrontatie.

Het geluid van Q-Music. Omdat ik altijd denk dat ik er heel dichtbij ben, maar nooit precies weet wat ik nou bedoel.

Opeens de dwang hebben om je tenen over elkaar heen te slaan terwijl je schoenen aan hebt. Dit is schier onmogelijk. Maar de dwang is altijd zo groot dat het meestal eindigt met het uitdoen van mijn schoenen. Waar ik ook ben.

Fietsen met mandjes. Grrrr. De fietsenstallingen op stations zijn altijd overvol. Een plekje zoeken is een uitdaging op het hoogste niveau. Wanneer ik mijn fiets dan eindelijk in zoveel bochten heb weten te wringen – oké, met wat bruut geweld ten koste van andere fietsen – ben ik altijd heel erg trots. Maar wanneer ik dan terugkom om mijn fiets weer op te halen staat er opeens een fiets met een mandje naast. En wanneer mijn fiets eerst precies paste, past hij nu precies niet. Door dat mandje. Dat vervelende, onhandige, mensonvriendelijke mandje. Nogmaals, Grrrr.
Genoeg gezeurd voor nu. Ik moet er vandoor. Ik doe mijn schoenen aan en pak mijn fiets. Doe oortjes in mijn oren en zet koers naar het treinstation. Keihard meezingend zet ik mijn roze bril op.
Vertel! Wat zijn jullie grootste frustraties?