A Christmas Carol

Boodschappen. Lange rijen bij de kassa’s. Volle tassen die tegen het wiel van je fiets aan slijten en vervolgens scheuren. Rollende rollades over de grond.

Kerst. Oscar wordt er niet gelukkig van.

In een kring zitten en gezellig doen. Net doen alsof je de dubieuze hapjes van je nog dubieuzere tante lekker vindt. En dan zelf ook nog een heleboel moeten koken.

Nóg meer boodschappen. Kerst. Oscar vindt het vreselijk.

Maar om eerlijk te zien is het niet alleen Kerst dat Oscar vreselijk vindt. Nee, hij moppert eigenlijk over alles. Mopper, mopper. Steun, kreun. Het zijn vaak de enige geluiden die uit de mond van deze nors kijkende man komen.

Oscar is 52 jaar oud en woont alleen. Hij is groot en draagt lange jassen waarin hij zijn schouders altijd omhoog trekt. Zijn mondhoeken daarentegen trekt hij altijd omlaag. Boven die mond priemen donkere ogen die hij niemand een blik waardig gunt. Mopper, mopper. Steun, kreun.

Vanavond is het kerstavond. Zoals elk jaar zal Oscar op bezoek gaan bij zijn familie en neemt hij plichtsgetrouw een kalkoen mee. Niet omdat hij het leuk vindt, maar omdat hij er nou eenmaal niet onderuit komt.
Met een gezicht als een oorwurm loopt hij door de winkel en verzamelt hij zij spullen. Wanneer hij alles heeft rijdt hij terug in de auto tot hij plots een heuvel over rijdt en hij de macht over het stuur verliest. Hij komt plots tot stilstand.
Even is het zwart voor zijn ogen. Wanneer hij zijn ogen weer open doet wordt hij verblindt door een fel licht. Wat zullen we nou krijgen, denkt Oscar. In het licht verschijnt een figuur. Hij knijpt zijn donkere ogen bijeen in een poging te kunnen ontdekken wat het is. Het witte licht verdwijnt en maakt langzaam plaats voor een wat roze gloed. De kleur verspreidt zich en opeens ziet hij alleen nog maar roze. Wat is dit?!

‘Oscar, oh Oscar, heus je hebt niet altijd pech!’ Begint de stem in de wolk te zingen. Goh, Sesamstraat, Oscar mopperkont, origineel, denkt Oscar. Die heb ik nog niet eerder gehoord.

Dan komt het lichaam dat bij de stem hoort eindelijk tevoorschijn. Oscar schrikt zich wild. Een man gehuld in een strakke roze leren hooggesloten broek en een wijde witte blouse loopt langzaam naar hem toe. Hij heeft een vreselijk irritante witte lach en op zijn neus prijkt een roze bril. Wat een aansteller, is Oscars eerste gedachte.

‘Hallo, Oscar! Wat een genot je te ontmoeten! Ik ben Henry, je wijlen conciërge van de middelbare school. Ik kom je waarschuwen. Je huidige levensstijl zal je een dramatisch noodlot brengen. Het mopperen zal iedereen wegjagen. Zelfs de spinnen in je lege ongezellige huis zullen je verlaten. Je zult alleen sterven. Je hebt een kans om aan je lot te ontkomen door drie geesten die je één voor één zullen bezoeken. Zij laten je kennismaken met de kracht van de roze bril.’ Met deze woorden verdwijnt Henry weer.

Wat een onzin. Hier heb ik toch geen tijd voor. Het zal wel weer één of andere reclamestunt zijn. Wat ze tegenwoordig allemaal niet kunnen met visuele effecten. Snel start Oscar zijn auto om de rest van zijn vervelende taken, met veel gemopper, te volbrengen. Maar wanneer hij thuiskomt schrikt Oscar zich wederom dood. Er zit iemand in zijn huis. Terwijl hij al jaren geen bezoek meer heeft gehad. Hij doet de deur open en loopt onzeker naar binnen. Zijn schouders nog hoger opgetrokken dan anders. ‘Wie is daar?’

‘Oscar! Daar ben je dan eindelijk. Ik zat al op je te wachten.’ O god, niet nog één, denkt Oscar. Hij kijkt de overdreven vrolijke man aan en ziet dat hij net als Henry een strakke roze broek draagt met op zijn neus diezelfde roze bril. Het enige verschil is dat de blouse die deze man draag iets minder stralend wit is en zijn haren iets minder netjes gekamd.

‘Ik ben de Roze geest van het verleden.’ ‘Wat moet je in mijn huis?’ snauwt Oscar terug.
‘Och Oscar, waarom toch altijd zo negatief? Waarom toch altijd zo’n mopperkont?’ Bij het horen van dat woord knijpt Oscar zijn ogen bijeen. ‘Ik denk dat ik wel weet waarom dat is.’ zegt de Roze geest van het verleden. ‘In mijn vrije tijd ben ik namelijk werkzaam als psycholoog, ik heb er ooit een cursusje voor gevolgd. En ze zeggen allemaal; problemen uit het heden liggen gegrond in het verleden. De reden dat je zo’n mopperkont bent komt door je jeugd, toch Oscar? Je hebt het zwaar gehad op de middelbare school. Werd altijd gepest. Dat is toch wat je denkt?’ Oscar zwijgt. De Roze geest is vast verdediger van het gezegde ‘Wie zwijgt stemt toe’ want hij vervolgt zijn analyse. ‘Je denkt dat iedereen je een sukkel vond. Dat niemand met je wilde omgaan. Dat ze op je neerkeken.’ Oscar zwijgt nog steeds, maar de strenge blik in zijn ogen is veranderd in een trieste.
‘Ik neem je mee Oscar, naar de vervelendste gebeurtenis van je pubertijd. Weet je nog? De avond van het gala? Dat ze je vergeten waren? Niemand je heeft gevraagd om te komen?’ Oscar brengt nog steeds geen woord uit. ‘We gaan. Hier, zet op’. De Roze geest van het verleden gooit de roze bril naar Oscar en na een harde knal bevindt Oscar zich 35 jaar terug in de tijd.

‘Moeten we Oscar niet vragen?’ vraagt de slungelige jongen aan de pukkelige jongen.

‘Aart en Jonas!’ roept Oscar uit. ‘Ze kunnen je niet horen Oscar, we zijn geesten. We kunnen ze alleen zien. Dus sssst, en let nou eens goed op.’ berispt de Roze geest van het verleden Oscar. ‘Hoe kan ik nou goed opletten als er een geest in roze latex broek naast me staat?’ brengt Oscar verontwaardigd uit. De Roze geest van het verleden antwoordt niet maar wijst naar het tafereel wat zich voor hun ogen afspeelt.

‘Nee! We vragen Oscar niet mee!’

Met een blik vol pijn denkt Oscar terug aan deze herinnering en het gevoel dat hij niet leuk genoeg was om meegenomen te worden naar het gala. Niemand wil uiteraard een sukkel mee. Maar dan hoort hij iets waardoor hij met zijn mond vol tanden staat.

‘Oscar blijft maar thuis. Als hij er bij is hebben alle vrouwen altijd alleen maar oog voor hem. Nou willen wij een keer aandacht.’

Oscar gelooft zijn ogen niet. ‘Ik? Aandacht van vrouwen? Maar…ik…wat…?’ Oscar verliest even zijn mopperige masker. De Roze geest van het verleden grinnikt. ‘Het was me al duidelijk dat je geen rozebrildrager was, maar dat je zulke grote oogkleppen op had wist ik niet.’ ‘Ach, dit is toch allemaal nep.’ Oscar mopperkont is terug.

En net zo snel als de Roze geest van het verleden gekomen was is hij na deze woorden weer verdwenen. Oscar volslagen in de war achterlatend. Van zichzelf mag hij er echter niet te lang bij stil staan en hij dwingt zichzelf weer verder te gaan met de voorbereidingen voor kerstavond. Gatver. Nog steeds een vreselijk vooruitzicht. In de rust van zijn lege huis begint hij met het snijden van de groentes voor de kalkoenvulling. Om de stilte te doorbreken zet hij zijn radio aan.

‘BAM!’ Oscar schikt en laat zijn mes vallen. De radio lijkt ontploft en een grote rookwolk verspreidt zich in zijn keuken. En voordat hij het weet is de grijze rookwolk wederom weer veranderd in roze.
‘NIET WEER!’ schreeuwt Oscar. ‘Laat me met rust. Ik heb het druk met…’ ‘Ja, met de kerstvoorbereiding, ik weet het’ zegt de roze rookwolk. Gladde roze benen komen tevoorschijn met, jawel, een witte blouse en roze bril.
‘Hallo Oscar, ik ben de Roze geest van het heden.’ ‘Goh, weinig origineel zijn jullie’ kaatst Oscar terug. ‘De Roze geest van het verleden had me al gewaarschuwd dat je me waarschijnlijk niet zo hartelijk zou ontvangen. Gelukkig zie ik daar niets van! Je lijkt me een hartstikke gezellige en leuke man’. Oscar verslikt zich hoorbaar. ‘Ja, daar sta je van te kijken hè? Dat je zo gezien wordt. Daarom neem ik je graag mee naar een paar straten verderop. Ik weet zeker dat je het leuk zult vinden. Maar zet vooral eerst deze even op.’ De Roze geest van het heden geeft wederom de roze bril aan Oscar die hem met tegenzin opzet.

‘Ik vind het zo gezellig dat we nog steeds met z’n vieren zulke etentjes houden!’ Een prachtige vrouw toost met haar vriendinnen op een heerlijke maaltijd.

‘Roos!’ brengt Oscar haperend uit. ‘Dat…is…Roos! Mijn grote liefde van de middelbare school!’ ‘Vertel mij wat. Waarom denk je dat we hier zijn?’ De Roze geest van het heden lacht zijn parelwitte lach. ‘Maar ook zij kunnen ons niet zien, Oscar.’ ‘Gelukkig maar, ze vond me altijd vreselijk.’ geeft Oscar met tegenzin toe. ‘Sssst…opletten!’ de Roze geest van het heden wijst naar de vrouwen.

‘Ik vind het ook heel gezellig! En net als toen praten we nog steeds altijd over mannen!’ giechelt één van de andere mannen. ‘Weten jullie nog? Dat we uren over Oscar konden zwijmelen? Over zijn mooie donkere ogen. Zijn lange lichaam?’ zwijmelt Roos. ‘En wat was hij mysterieus hè? Geen woord kreeg je uit hem’ zucht de derde vrouw. ‘Nee, maar we durfden ook nooit wat tegen hem te zeggen. Door onze verliefdheid kwamen we niet verder dan hem pesten in de hoop een reactie te ontlokken.’ voegt de vierde vrouw toe. ‘Wat had ik graag met hem willen trouwen toentertijd. Roald is hartstikke leuk hoor, maar Oscar is toch altijd mijn stiekem grote liefde gebleven.’

‘Nou, Oscar mopperkont, wat heb je daar nou op te zeggen?’ Oscar staart de Roze geest uit het heden geluidloos aan. ‘Niets?’ vraagt hij nogmaals. Oscar laat zichtbaar zijn schouders zakken. Zijn mondhoeken krullen omhoog. Een grote lach siert zijn gezicht. Oscar mopperkont is wederom verdwenen. ‘Is dit echt waar?’ vraagt hij verlegen aan de Roze geest van het heden. ‘Ja, Oscar. Geesten liegen niet. En humor hebben ze ook niet. Dus echter kan niet.’ En met die woorden wordt Oscar weer alleen gelaten. Helemaal hyper door het de scene die zich heeft afgespeeld. Roos was verliefd op mij? Ik was Roos haar grote liefde? Stiekem doet Oscar een dansje. Maar erg natuurlijk voelt het niet, dus stopt hij er maar weer snel mee. Maar de glimlach staat nog steeds op zijn gezicht.

Hij kent het verhaal. Weet dat er een derde geest komt. De geest van de toekomst. Waar blijft hij? Oscar kan niet wachten. En hij heeft het nog niet gedacht of zijn huis kleurt alweer roze.

‘Oscar! Hallo! De Roze geest uit de toekomst hier!’ ‘Welkom!’ roept Oscar, terwijl hij zelf ook nog even schrikt van zijn nooit eerder getoonde enthousiasme. ‘Wat ziet u er prachtig uit in uw roze strakke broek. Een prachtige match met die roze bril. Gaan we weer naar Roos toe? Hoe ziet mijn toekomst eruit? Kom, we gaan! Zo werkt het toch in dit verhaal?’
‘Niet zo snel.’ zegt de Roze geest uit de toekomst. ‘Ik breng je nergens heen.’ ‘Niet?’ vraagt Oscar geschrokken. ‘Maar ik wil zo graag.’ ‘Dat is een goed teken, Oscar. Maar ik laat je alleen gaan onder twee voorwaarden.’ ‘Ik doe alles!’ schreeuw Oscar wanhopig, niet meer in staat nog langer te kunnen wachten op zijn geluk. ‘Dat is wederom een goed teken, Oscar.’ De eerste voorwaarde is dat je officieel afstand doet van je titel ‘Oscar mopperkont’.’ ‘Natuurlijk! Waar kan ik tekenen?’ zegt Oscar gul. ‘De tweede voorwaarde is… Dat je dit pakje aantrekt.’ De Roze geest van de toekomst houdt de roze leren broek, de witte blouse en de roze bril omhoog. ‘Alleen dan werkt het, Oscar.’ Oscar graait de spullen uit de handen van de Roze geest uit de toekomst en trekt alles aan…

Kerstavond. Oscar kijkt toe hoe zijn vrouw en kinderen met de rest van de familie en vrienden rondom de tafel zit te genieten van een heerlijke maaltijd. De vriendin van zijn vrouw kijkt jaloers naar hem en Oscar hoort haar tegen zijn vrouw zeggen: ‘Roos, wat heb je toch een geluk met die ma van je’. ‘Ik weet het’ zegt Roos. ‘Hij is fantastisch. Hij ziet er goed uit, is leuk met de kinderen, is onwijs lief, alleen…’ ‘Alleen wat?’ vraagt de vriendin nieuwsgierig. ‘Alleen… er is één minpunt. Met Kerst heeft hij altijd de vreemde gewoonte om zichzelf te verkleden als één of andere travestiet! Inclusief roze leren broek! Ik weet het niet hoor… Maar ach, ik moet maar met die gewoonte leren leven.’ en met die woorden kijkt Roos verliefd naar Oscar, die haar een parelwitte lach teruggeeft.

Deel dit bericht:Share on FacebookEmail this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on PinterestShare on Google+

2 thoughts on “A Christmas Carol

Reageren kan hier!