Kerst door mijn roze bril – Schoonfamilie

Kerst met de schoonfamilie. Voor sommigen klinkt dat net zo in de oren als met je nagels over het krijtbord krassen; huiveringwekkend. Het lijkt bijna alsof er een clubje opgericht is voor mensen die het heerlijk vinden om hierover te zeuren en maanden voor Kerst al beginnen met clichés te verzamelen waaruit moet blijken dat het inderdaad vreselijk is.
Naar aanleiding hiervan besloot ik om met roze bril en al Kerst bij mijn schoonfamilie door te brengen. Ja, scherpe lezer, het klopt, ik heb geen schoonfamilie. Maar als je schrijft kan alles. Dus ook een imaginaire schoonfamilie om jullie te laten zien hoe Kerst met de schoonfamilie is wanneer je een roze bril draagt.

Hand in hand lopen we verwachtingsvol over het pad naar de voordeur van mijn schoonouders.

Gatver, wat klef. Ik begin opnieuw.

Achter elkaar aan lopen we over het pad naar de voordeur van mijn schoonouders.
Kees (mijn imaginaire vriend voor de Kerst noem ik voor het gemak maar even Kees) met ferme pas en ik strompel er half struikelend achteraan; het zicht met een roze bril op is s ’avonds niet al te best. Dit is de eerste keer dat ik mijn schoonouders zal ontmoeten. Met de wetenschap op zak dat Kerst met de schoonfamilie altijd vreselijk is, aldus de clichés, heb ik mijzelf gewapend met roze bril. Met als gevolg dat ik er zin in heb.
Kees drukt op de bel en de meest prachtige melodieën laten mijn schoonouders weten dat we op de stoep staan. Het klinkt prachtig en ik kan het niet laten om mee te hummen en te wiegen. Zonder woorden hoor ik Kees zeggen dat ik normaal moet doen. Volgens mij is hij zenuwachtig. Normaal doen komt helaas niet in mijn woordenboek voor, al helemaal niet wanneer ik mijn roze bril draag. Ik dans dus rustig verder op de stoep van mijn bijna te ontmoeten schoonouders.

De deur gaat open en ik kom oog in oog te staan met de meest mooie vrouw die ik ooit gezien heb. Even sta ik met mijn mond vol tanden, totdat ik door heb dat de hand die daar in het luchtledige zweeft de hand van mijn schoonmoeder is die zich blijkbaar graag wil voorstellen. ‘Heel erg aangenaam’ hoor ik mezelf slijmerig zeggen. ‘Wat ziet u er prachtig uit’. Mijn schoonmoeder wuift mijn compliment weg en gaat ons voor naar binnen.

We lopen de woonkamer binnen en mijn oog valt op een onwijs knap uitziende jongeman. Dat moet zijn broer zijn. Een aantal minuten heb ik een mond-valt-bijna-open-moment en schiet er door mijn hoofd of ik Kees nog zou kunnen inruilen. Gelukkig komt op dat moment mijn schoonvader binnen en leidt hij me af van de belachelijke ideeën die er door mijn hoofd suizen.
‘Neem toch plaats’ zegt hij uitnodigend. Ik kijk naar de goed gedekte tafel en snuif de bijna orgastische geuren op.  Dat laat ik me geen tweede keer zeggen en ik kom supersnel in beweging. Mijn sprint ernaartoe ligt slechts een enkele nanoseconde af van het record van Usain Bolt.

‘Het eten is voortreffelijk’ zeg ik nadat we halverwege het hoofdgerecht zijn. Het is ook echt heerlijk. Ergens in mijn achterhoofd heb ik wel het idee dat de substantie enigszins vreemd is en de subtiele kots neigingen van de broers naast me zijn me ook niet ontschoten. Toch vind ik het op de één of andere manier het lekkerste wat ik ooit gegeten heb.

Ondertussen blijf ik maar kijken naar het beeldschone haar van mijn schoonmoeder. Elke krul glanst en valt met een elegante precisie op de goede plek. ‘Ik ben zo jaloers op je haar’ zeg ik wederom vreselijk slijmerig. Mijn schoonmoeder kijkt verguld. Mijn schoonvader, iets minder geïnteresseerd in uiterlijkheden, vindt de tijd rijp om mij een kruisverhoor voor de voeten te werpen. Hij moet toch weten wat hij voor vrouwelijk vlees in de kuip heeft.
‘Dus, vertel. Wat doe je zoal?’.
Ik vertel mijn schoonfamilie over het werk dat ik doe en dat ik hier heel druk mee ben. Vervolgens floep ik eruit dat ik nog minstens 3 avonden in de week vrijwilligerswerk doe voor de voedselbank. Ergens weet ik dat ik in de war ben. Dat ik niet 3 avonden in de week vrijwilligerswerk doe voor de voedselbank maar dat ik laatst eenmalig 3 blikjes soep heb ingeleverd bij de voedselbank. Maar ik ben overtuigd van het eerste. In mijn ooghoeken zie ik wel dat Kees me aankijkt maar ik negeer hem. Mijn schoonmoeder kan haar geluk niet op; ‘zo’n lieve meid en dan ook nog eens zo goed bezig voor de maatschappij! Je bent echt de perfecte schoondochter!’ Wie heeft ooit gezegd dat Kerst met de schoonfamilie niet leuk is?

Na een paar glazen wijn per persoon en nadat ik nog tien keer heb gezegd dat ik het eten zo lekker vond en mijn schoonmoeder zo mooi, is het tijd voor koffie en een spelletje.

Mijn schoonmoeder is inmiddels aardig aangeschoten. ‘Na al die borrels durf ik het wel te vragen. Ik vraag me al de hele avond af waarom je zo’n vreemde bril op hebt. Is dit tegenwoordig de mode?’ vraagt mijn schoonmoeder me. Ik zet mijn bril af en geef hem aan mijn schoonmoeder. ‘De absolute mode. Wil je hem ook eens op?’ Gretig pakt ze de bril aan. Ze zet hem op en vraagt me hoe het haar staat. Hij staat vreselijk. Net als dat vreselijke permanentje en de kleren die ze aan heeft.
‘Uh, ja, het staat goed hoor.’ Ik vraag me opeens af wat ik hier doe. Waarom zit ik hier in een kringetje een spelletje te doen. Ik haat spelletjes. Waarom ben ik hier nog? Het is al na elven.
‘Ik moest er maar weer eens vandoor.’ Mijn schoonmoeder zegt geschrokken: ‘Ach, nee toch kind! Je blijft toch wel slapen?!’ Een hartverzakking krijgend bij het idee alleen al pak ik snel mijn jas. ‘Het is Eerste Kerstdag, ik moet naar de voedselbank. Ze hebben me daar nodig’ zeg ik mompelend en ik storm de deur uit. Mijn schoonmoeder, nog steeds met roze bril op, stralend achterlatend. De rest van de familie in shock.

Eenmaal buiten ga ik op zoek naar dat clubje. Ik wil erbij horen.

Deel dit bericht:Share on FacebookEmail this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on PinterestShare on Google+

4 thoughts on “Kerst door mijn roze bril – Schoonfamilie

Laat een reactie achter bij Falderie Reactie annuleren