Een dag niet gelachen…

Weet je waar ik echt van houd? Mensen die hardop lachen om iets. Daar kan ik echt van genieten. Mensen die iets oprecht zo leuk vinden dat het ze niet uitmaakt of iemand ze hoort. Ze moeten en willen lachen. Hoe groter en harder de lach hoe beter.

Maar er is één uitzondering. Eén situatie waarin ik er niet zo van kan genieten. Dat ik het zelfs haat. Heel erg haat. Wanneer mijn nieuwsgierigheid ondervoed en onbevredigd blijft. De situatie dat ik niet weet waar mensen om lachen. Ik kan me niets frustrerenders voorstellen dan dat.
Afgelopen week bevond ik me in zo’n – voor mij – moeilijke situatie. Ik zat in de trein. Hoezo? Ik hoef toch nooit meer met de trein nu? Nee, dat klopt. Maar ik kreeg last van ontwenningsverschijnselen. Voelde me wat ontheemd. Dus ik heb zomaar een kaartje gekocht en ben in een trein gaan zitten. Het voelde als thuiskomen. Ik snoof de herkenbare geur op en keek tevreden rond naar de mensen om me heen. Eindelijk had ik weer mensen te begluren en te analyseren.

Schuin tegenover me was een vrouw bezig met haar make-up. Ik keek eens goed en woog af of ze misschien interessant genoeg was om over te fantaseren. Maar voordat ik de keuze had gemaakt hoorde ik de man tegenover me hardop lachen. Ik keek meteen op. Al mijn zintuigen op scherp. Hij lachte nog een keer. In zijn handen heeft hij een telefoon. Een nieuwe IPhone. Wat er enigszins onnatuurlijk uitziet omdat de man tegenover me een wat oudere man is. En voordat alle 30-igers en 40-igers zich weer beledigd voelen: ik bedoel echt een wat oudere man. 70 +.
Het is overduidelijk dat hij iets leuks aan het kijken is op die telefoon van hem. Maar wat? Waar zou een man van 70 jaar naar kijken wat zo leuk is dat hij er hardop om moet lachen? Er schieten me meteen wat vunzige beelden te binnen. Maar ik roep mezelf tot de orde en probeer de zin ‘vies oud mannetje’ weer te deleten uit mijn hoofd.
Ik probeer mee te kijken. Maar de man houdt de telefoon uit mijn zicht. Waarom? Dan probeer ik het via de reflecties van het raam. Maar helaas, het lukt me niet om te zien waar de man om lacht. Ondertussen blijft de man grinniken en hinniken. Ik begin me te ergeren en mijn nieuwsgierigheid wordt dol. Wanhopig doe ik nog wat pogingen. Wring me in onmogelijke bochten. Maar helaas. Al mijn pogingen blijven zonder resultaat. En hoe meer ik mijn best doe hoe harder de man lijkt te lachen. Grrr. Ik raak in een ongezonde status van stress. Ik wil nu weten wat hij aan het kijken is op zijn telefoon. Nee, ik MOET het weten.
Op dat moment hoor ik de conducteur roepen dat we bijna het eindstation binnen rijden. Ik raak in paniek. Ik kan deze trein niet verlaten zonder te weten waar die man naar kijkt. Dan krijg ik een ingeving. Ik doe net alsof ik naar de WC moet en gluur dan achterom over de schouder van de man naar zijn scherm. Dat moet lukken! Maar op het moment dat ik op sta houdt de man de telefoon dicht tegen zijn borst. Wat het plan van meegluren meteen uitschakelt. Maar toch lacht de man door. AAAAH!

De trein mindert vaart en rijdt het station binnen. Ik heb nog één kans. Ik moet zorgen dat ik achter de man kom te staan bij het verlaten van de trein. Ik treuzel expres met het inpakken van mijn tas zodat de man eerder opstaat dan ik. Maar hij lijkt geen poging te doen om op te staan. Ik wacht nog even maar uit mijn ooghoeken zie ik dat de laatste mensen de trein al hebben verlaten. Ik heb geen keus, ik moet echt opstaan nu. Met tegenzin kom ik in de benen. Nog geen seconde later staat de man ook op. Hij gaat achter me staan. In mijn oor hoor ik gefluister. ‘Nieuwsgierig aagje’. Ik draai me om een kijk in het grijnzende, licht ondeugende, gezicht van de oude man. Ik word rood en stamel ‘Wat bedoelt u?’.  ‘Dacht je nou echt dat ik iets aan het kijken was?’ vraagt de man plagend. ‘Nee hoor. Dan heb je het verkeerd. De enige reden dat ik lachte was jij. Jij en je wanhopige pogingen om mee te kijken op mijn scherm. Wist je dat je heel schattig bent als je gefrustreerd raakt? En dat je je hoofd heel opvallend schuin houdt als je subtiel probeert mee te kijken? Daar moet je echt nog aan werken hoor. Maar bedankt, ik heb enorm genoten.’
Ik ben niet in staat om wat terug te zeggen. Ik staar hem aan. Opeens toch blij dat ik voor hem sta en niet achter hem. Want het geeft me de mogelijkheid om héél snel héél hard weg te rennen.
Achter me hoor ik zijn schaterende lach. Ik haat het.

Deel dit bericht:Share on FacebookEmail this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on PinterestShare on Google+

8 thoughts on “Een dag niet gelachen…

  1. Regenboogvlinder says:
    vlietjets@hotmail.com'

    Soms kun je toch gewoon niet anders? Ik lach ook vaak hardop en dan kijken mensen ook weleens… Soms heb ik de neiging ze te vertellen waarom ik lachen moet, maar dan denk ik weer, het gaat ze niet aan en het interesseert ze vast niet.
    Deze man was een leuke, in welke trein zat hij? ;-)

Reageren kan hier!