2014-05-Life-of-pix-street-city-crosswalk

Een wedstrijdje clichés gooien

Ik zit in een bijna lege coupé van Leiden naar Utrecht Centraal. Deze bijna leegheid wordt gevuld door het gezelschap van twee vrouwen. Twee luidsprekende vrouwen van een jaar of 30. Het onderwerp van het luide gesprek dat ze voeren is zonder twijfel clichématig te noemen. Het lijkt net alsof een verhaal oplezen uit de Viva of de Flair. Het gesprek gaat namelijk over de gebreken van hun echtgenoten. Natuurlijk. Waar hebben vrouwen van 30 het tegenwoordig anders over? De ene vrouw komt met de nadelen van het samenwonen met een man. De andere vrouw klaagt over het feit dat haar man nooit zelf voorstelt om iets leuks te gaan doen met het hele gezin. 45 minuten lang moet ik aanhoren hoe vreselijk de mannen zijn met wie ze samenwonen. Waarom toch? Waarom zo klagen en waarom zo smijten met clichés? Ze vliegen me om de oren. Zelfs als ik me probeer te verstoppen onder de stoel kan ik ze niet ontwijken. Is het omdat na je 25ste je creativiteit afneemt en je gaat leven volgens patronen? En is dit dan een typerend vrouwenpatroon? Het patroon ‘Alle vrouwen klagen altijd over hun echtgenoot, dus moeten wij dat ook doen’? Of hebben ze gewoon verder niets te bespreken en zijn ze bang voor de ongemakkelijkheid van de stilte? Of is het zo dat ze bang zijn dat andere vrouwen hun man inpikken? Dat ze daarom doen alsof de mannen met wie ze getrouwd zijn eigenlijk vreselijke wezens zijn? Ik kijk ze eens goed aan en besluit dat dit geen optie is. Deze twee vrouwen zijn zo 13 in een dozijn dat ze nooit een man aan de haak hebben kunnen slaan voor wie een andere vrouw moeite zou willen doen. Het is dus optie 1 of 2. Is dat dan mijn toekomst? Klagen over mijn echtgenoot omdat dat nu eenmaal zo hoort en omdat ik niets beters te doen heb?
Toegegeven, de dingen die ze over hun echtgenoten bespreken zijn ook wel echt heel erg. Verschrikkelijk zelfs. Misdadig bijna. De man van vrouw 1 laat namelijk wel eens een plasje water achter op het aanrecht na het afwassen. Dat is toch ook vreselijk? De man van vrouw 2 kijkt niet heel enthousiast als vrouw 2 voorstelt om met de kinderen naar de speeltuin te gaan. Hoe durft hij! Hij zou minstens een vreugdedansje moeten doen en zijn vrouw om de hals moeten vliegen om haar te bedanken voor het fantastische idee.
Er ontstaat een strijd tussen de twee vrouwen om de titel echtgenote van de meest rampzalige man. Om de beurt werpen ze slechte gewoontes en dramatische anekdotes op elkaar af. Het is duidelijk dat het zwaardere geschut is ingezet:
’Mijn man gooit bij thuiskomst zijn sleutels neer op de bank!’
‘Mijn man kijkt soms naar me alsof het mijn schuld is dat het uitje met de kinderen naar het museum mislukt is wegens verveelde huilende kinderen.’
‘Mijn man gaat soms zelfs óp de sleutelbos zitten die hij op de bank heeft gegooid. Alsof hij hem zelf niet eens ziet liggen!’
‘Mijn man wil soms liever wielrennen met zijn vrienden dan met zijn eigen kinderen knutselen!’
‘Mijn man…’
Ik ga me gedurende de treinreis en gedurende de strijd tussen de twee vrouwen steeds gelukkiger voelen; wat heb ik een geluk dat ik vrijgezel ben. Er zou maar een bos sleutels op je bank liggen. Ik moet er niet aan denken.

Deel dit bericht:Share on FacebookEmail this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on PinterestShare on Google+

Reageren kan hier!