Wasmiddel

Terwijl ik vanuit mijn studentenhuis naar buiten loop zet ik mijn telefoon voor het eerst sinds dagen weer aan. Het is nog steeds heet en ik ruik het bier van afgelopen weekend dat uit mijn poriën komt.
Twee gemiste oproepen van mijn zus.

‘Hé broertje! Terug van Lowlands?’ schreeuwt ze in mijn telefoon als ik haar terugbel. Ik haal het toestel kort van mijn oor.
‘Ja, net. Waarom heb je gebeld?’ Mijn stem is schor. Te veel meezingen en kansloze pogingen om boven de muziek uit te komen en met je te kunnen praten.
‘Ik was ongeduldig.’
‘Ongeduldig?’
‘Nieuwsgierig vooral. Ik hoorde van Alex dat je –’
‘Tuurlijk, hij heeft meteen alles verteld. Fijn, zo’n beste vriend als zwager.’
‘Hij vertelt het tenminste direct.’
‘Ik had m’n telefoon niet mee.’
‘Waar ben je eigenlijk? Wat een lawaai.’
‘Ik loop net de supermarkt in.’
‘Brakheidvoedsel kopen zeker?’
‘Dat, en wasmiddel. Die lucht van schraal bier en zweet maakte me nog misselijker dan ik al was. Dus uit zelfbescherming moet ik alles wel zo snel mogelijk uitwassen.’
‘En jij had natuurlijk weer maar één broek en één shirt mee. Viespeuk.’
‘Dat hoort zo op Lowlands…’
‘We dwalen af. Vertel nou!’
‘Nou, ik heb dus inderdaad een heel leuk meisje ontmoet.’
‘Ga verder…’
‘Ze heet Sanne en –’
‘Sanne? Lekker standaard.’
‘… ze is heel mooi. Lang bruin haar, lieve lach, heel grappig, sexy… Het was echt zo leuk…’
‘Klinkt goed.’
‘Dat klinkt niet heel enthousiast voor iemand die me twee keer uit ongeduld gebeld heeft.’
‘Nee… ja… ik vind het heel leuk voor je.’
‘Maar?’
‘Nou… je klinkt meteen zo verliefd. Ga je niet te snel? Het is nog niet zo lang geleden dat –’
‘Suus, kom op. Lief dat je je zorgen maakt, maar niet nodig. Oké?’
‘Het is toch niet zo gek dat ik bezorgd ben? Vorige maand kwam je nog nauwelijks het huis uit. En –’
‘Suus, alsjeblieft…’
‘Loop je nog bij de psycholoog?’
‘Hoe weet –’
‘Mam heeft het me verteld. Ik snap het, hoor. Jij en ik ervaren dingen nou eenmaal heftiger dan anderen. Maar waarom heb je niets tegen me gezegd?’
‘Het stelde niet zoveel voor.’
‘Je hebt er maanden gelopen…’
‘Jezus, mam had beloofd tegen niemand wat te zeggen, zelfs tegen pap niet en nu weet hij het zeker ook.’
‘Hij –’
‘Ik vond al dat hij raar deed de laatste tijd. Niet zo gek, je weet hoe hij is. Hij zal wel weer vinden dat ik me aanstel en dat –’
‘Stil nou even. Ze heeft het alleen aan mij verteld. Zodat ik een beetje op je kon letten. Je weet wel, omdat we zo close zijn en je me altijd alles vertelt. Normaal gesproken dan…’
‘Sorry… ik schaamde me gewoon.’
‘Dat hoeft echt niet. Maar vertel het nu dan. Denk je nog veel aan haar?’
‘Jezus, Suus, ik sta in de rij bij de kassa.’
‘Bel me daarna maar terug.’
‘Hm… oké… wacht even.’

Nadat ik heb opgehangen leg ik de cola, de diepvriespizza en het wasmiddel op de loopband en pak het verfrommelde tientje, mijn laatste geld na dit weekend, uit mijn broekzak en geef het aan de caissière.
Met de boodschappen onhandig onder mijn linkerarm loop ik naar buiten. Met rechts pak ik mijn telefoon en bel ik mijn zus terug. Na één keer overgaan neemt ze al op.

‘Broertje.’
‘Ben ik weer.’ Ik kijk snel om me heen of niemand me kan horen. ‘Het gaat goed met me, Suus. Ik ben over haar heen. Oké, ik geef toe, ze heeft m’n hart gebroken en daar ben ik misschien niet helemaal goed mee om gegaan, maar nu gaat het goed. En na dit weekend helemaal. Echt.’
‘Oké, ik geloof je…’
‘Dit meisje was zo mooi… Ik zag haar meteen de eerste avond, en Alex zei dat ze veel te goed voor me was en dat ik het moest vergeten, maar toen kwam ze dus op mij af. Gelukkig, want ik had zelf natuurlijk niets gedurfd.’
‘Alex zei inderdaad al dat ze te goed voor je was.’
‘Eikel is het ook.’
‘Enorme eikel. Maar oké, als je belooft het rustig aan te doen, stop ik met zeuren. En dan mag je nu alles vertellen. Heb je haar alweer gesproken?’
‘Nee…’
‘Je hebt haar nummer toch wel, hè?


In de tent dreunde de muziek. We stonden buiten en in het zwakke licht dat vanuit binnen op je scheen zag ik de vegen mascara onder je ogen. Je bruine krullen plakten in slierten langs je gezicht.

‘Heb je ook geen telefoon bij je?’ vroeg ik.
‘Nee… nooit met een festival.’ Je klopte even op je zakken om te benadrukken dat ze leeg waren. ‘Kom! We halen een pen.’
Je trok me mee terug de tent in en tussen de natte lichamen door gleden we naar de bar.
Door de drukte gooiden de barmannen de biertjes met vijf tegelijk neer. Op het beslagen plastic van de bekertjes zag je nog de afdrukken van hun vingers. Terwijl ik wachtte tot ik geholpen werd, stond je achter me te dansen met je handen op mijn heupen. Dicht tegen me aan.

‘Heb je pen en papier?’ vroeg ik toen ik eindelijk oogcontact had. Ik leunde voorover en gleed met mijn onderarmen over het gemorste bier dat op de bar lag. Je liet me niet los en boog een beetje mee naar voren.
‘Hoeveel?!’ schreeuwde de barman.
‘Nee, papier…’ Ik maakte een schrijvende beweging.
‘Nee.’ En zonder me nog aan te kijken stond hij alweer bij de volgende festivalganger. Zijn hand op de zwarte dop van de tap.
Even wist ik niet wat ik moest doen.
Je pakte twee lusjes aan de achterkant van mijn broek en trok me naar achteren.
‘Kom,’ zei je. ‘We gaan naar je tent.’


‘Naar je tent? Ze had er wel meteen zin in.’
‘Hè, wat? Nee, niet zo… Voor m’n nummer.’
‘Ja ja, voor je nummer.’
Ook al zie ik haar niet, ik weet zeker dat mijn zus daarbij aanhalingstekens in de lucht maakt.


‘Deze is van mij.’ We stonden voor mijn tent. ‘Ik eh… zoek even een papiertje.’
Ik deed de rits naar beneden, kroop in de tent en pakte mijn tas. Ik hield hem op de kop en gooide alles eruit. Tussen mijn krentenbollen en mueslirepen lag mijn E-ticket. Ja, dat kon. Ik scheurde de onderkant eraf en toen ik ook een pen gevonden had, schoof ik op mijn knieën weer naar buiten.

‘Kijk.’ Ik hield je het papier voor.
‘Perfect. Draai je om.’
‘Eh…’
‘Ik heb je rug nodig om op te schrijven.’
Ik draaide me om en boog licht voorover. Meteen voelde ik je handen op mijn rug. De druk van de pen op mijn huid gaf me kippenvel.
‘Zo. M’n nummer.’ Ze gaf me het stukje papier. ‘Bewaar je hem goed?’
‘Heel goed.’ Ik vouwde het dubbel, stopte het zo diep mogelijk in mijn zak en hield mijn hand er beschermend voor.
‘Ik moet terug naar m’n vriendinnen.’
‘Je mag ook…’ Ik wuifde wat richting de tent.
‘Vraag me als we terug zijn eerst maar eens keurig op date.’ Je lachte, draaide je om en liep zonder om te kijken weg.


‘Ik bel je zo terug, goed? Ben thuis. Even de wasmachine aanzetten en m’n tandenpoetsen. Ik ruik m’n eigen adem.’
‘Dan hoop ik niet dat je haar vandaag nog gezoend hebt.’
‘Daag Suus,’ eindig ik het gesprek.

‘Ben ik weer. Hij draait.’ Ik lig op de verweerde leren bank in de gezamenlijke woonkamer.
‘Je hebt haar toch niet al een berichtje gestuurd, hè? Je moet vrouwen altijd even laten wachten.’
‘Is bij haar niet nodig, Suus. Het zat gewoon goed.’
‘Hm… zolang je maar niet te wanhopig overkomt.’
‘Ik zal haar niet meteen ten huwelijk vragen.’
‘Over huwelijken gesproken. Ben je er zondag?’
‘Zondag?’
‘Pap en mam zijn twintig jaar getrouwd.’
‘O ja, ik ben erbij. Weet je zeker dat pap niets weet van de psycholoog?’
‘Ja.’
‘Oké… Zeg nog maar niets over dit meisje. Anders gaat mam zich er weer mee bemoeien. En ik wil het niet verpesten. Niet bij dit meisje.’
‘Ik zeg niets. Zolang ik maar de eerste ben die alles hoort.’
‘Natuurlijk. Maar dan ga ik nu ophangen om haar te appen.’
‘Vooruit… En broertje?’
‘Ja?’
‘Ik ben echt heel blij voor je. Zo fijn om te zien dat je eindelijk weer vrolijk bent. En dat je zo’n leuk meisje hebt leren kennen. Ze klinkt alsof ze goed voor je is.’
‘Dat denk ik ook.’
‘Oké, hang maar op. Ik zie je zondag!’
‘Tot zondag!’

Nadat ik heb opgehangen steek ik mijn hand in mijn broekzak om je nummer te pakken. Ik voel alleen het kleine beetje wisselgeld van de supermarkt. Dan herinner ik me dat ik mijn festivalkleren al uitgetrokken heb. Ik duw mezelf omhoog en slof naar mijn kamer voor mijn broek. Op de gang loop ik langs het washok. Daar danst en bonkt de wasmachine op de vloer.

Wat zegt het drinken dat een man bestelt over zijn liefdesleven?

Een aantal weken heb ik jullie in onzekerheid gelaten. Gaf ik jullie geen nieuwe inzichten in de ingewikkelde, doch tegelijk zo simpele, creatie die ook wel de man genoemd wordt. Hoe weten jullie zonder mijn wetenschappelijke benadering nou wat voor vlees jullie in de kuip hebben?
Niet. Je weet het nooit. Maar met mijn thema ‘Wat zegt dat over het liefdesleven van de man?’ kom je wel een stukje dichterbij. Vandaag is er dan eindelijk weer een nieuwe: Wat zegt het drinken dat een man bestelt over zijn liefdesleven?

Sinaasappelsap. In deze man moet je veel tijd en moeite investeren. Als je dit niet doet, komt er weinig uit. Om hem te leren kennen zullen je het echt uit hem moeten persen. Niet één keer, nee een stuk of 4, 5 keer. Maar het resultaat is zeker de moeite waard. Je zult zien dat je glas nooit meer half leeg is, maar altijd half vol.

Koffie. Goed gedaan! Jij hebt er oog voor. Jij weet de goede mannen eruit te filteren. Na een paar minuten wist je genoeg; je hebt een portie puur genot gescheiden van de mislukkelingen die niets meer zijn dan een viezig hoopje drab.

Champagne.  Jouw man is populair, een echte gangmaker. Wordt uitgenodigd op bijna ieder feestje. Maar pas op, ook al maak je met deze man een vliegende en spetterende start, de liefde tussen jullie zal snel op zijn.

Spa rood.  Geen smaak, dat is hoe ik je man zou noemen wanneer ik in een milde bui ben. Ben ik dat niet, dan zou ik het eerder wanstaltig noemen. Absoluut wanstaltig. Zorg er alsjeblieft voor dat jij het vetorecht over de wooninrichting hebt en verbiedt hem alleen te gaan shoppen. Je krijgt van mij zelfs een vrijbrief om de pinpas van hem af te pakken. Om zichzelf te beschermen. Oké, en vooral jezelf.

Cola.  Te veel van hem, en hij houdt je de hele nacht wakker…

Wodka.  Deze man is niet goed voor je. Je bent jezelf niet wanneer je bij hem in de buurt bent. Wordt iemand anders, doet dingen die je anders nooit zou doen. Je gaat je zelfs misdragen. Het is beter om bij hem uit te buurt te blijven.

Latte Macchiato.  Deels heeft deze man zijn wilde bestaan achter zich gelaten en bevindt hij zich nu in rustig vaarwater. Maar anderzijds heeft hij nog steeds behoefte aan een opgeklopt en levendig bestaan. Het zal dus nog een aantal jaren duren voordat hij zich volledig overgeeft aan het bestaan als burgerlijk mannetje.

Bier.  Bij hem gaat alles snel. Het liefst vandaag nog heeft hij een huis vol kinderen. Het tempo zit er goed in. Ale! Ale! Hop! Hop!

Thee.  Je moet hem de tijd geven. Soms lijkt zijn leven misschien maar een kleurloos bestaan. Maar na een tijdje zal je zien dat dit verandert. Hij heeft nou eenmaal elke keer een paar minuutjes nodig om de smaak te pakken te krijgen.

Wijn.  Niemand zo wisselvallig als deze man. In de avond geeft hij je een warm gevoel en maakt hij je verliefd. De volgende ochtend is hij hard en kil. Bezorgt hij je hoofdpijn en doet hij dingen die je misselijk maken, waardoor je het liefst de hele dag onder de dekens blijft liggen. Arme vrouw.

De Smooth Boys

Onze eerste kennismaking was op de speedboot richting een paradijselijk eiland van Cambodja.
We dachten een goed plekje bemachtigd te hebben. Naast het water voor de verkoeling, in de zon om af te komen van onze oogverblindende, in de letterlijke betekenis van het woord, witte benen. Na 5 minuten waren we echter doorweekt tot op onze per direct roodverbrande huidjes van de tropenzon. Toch niet zo’n goede plek dus. De jongens tegenover ons hadden het beter bekeken. Lees verder

En nu?

Zo. Jeetje! Dat is lang geleden.

Ik zou nu een heel epistel kunnen schrijven over het hoe en waarom van mijn afwezigheid de afgelopen tijd. Maar dat doe ik niet. Ik grijp de mogelijkheid aan om te oefenen in het fenomeen ‘tijdsverdichting’.

De belangrijkste dingen om te noemen uit de verstreken tijdspanne zijn een paar weken Azië als lange blondine en het feit dat ik gestopt ben met volleyballen.
Na 10 jaar heel veel volleyballen heb ik besloten dat het tijd is voor een sabbatical, lengte onbekend.

Met als gevolg dat ik nu opeens zeeën van extra heb! Het voelt alsof alles mogelijk is. Lees verder